Inhoudsopgave
Heel veel websites zeggen dat hun beton cire, hun betonlook of micro cement de beste van de markt is. Dat zou natuurlijk kunnen echter waaruit blijkt dat? Dan komt er dus eigenlijk helemaal niets. Geen meet rapporten, geen normen waar hun producten aan voldoen. Dus met andere woorden WC-eend beoordeelt WC-eend.
Wil je wel een gekeurde Beton Cire die echt waterdicht is maak dan je badkamer of je toilet met onze materialen. Tevens hebben we de afslijting, capillaire waterabsorbsie, stroefheid, en de hechtsterkte laten testen. Wij hebben het oordeel dat je zelf niet van je eigen producten kan zeggen dat ze de beste zijn en dat je het product moet laten meten. Meten is weten zoals iedereen weet. Dat hebben we laten doen bij B|A|S Research & Technology, later Concrefy laten doen. Hieronder wat daar uit is gekomen.
- Monstermateriaal
- Stroefheid conform EN 13036-4 dmv de SKID-resistance pendule.
- Afslijting conform EN ISO 5470-1 middels TABER.
- Capillaire waterabsorbsie conform EN 1062-3
- Vloeistofindringing conform EN 12390-8
- Hechtsterkte op de ondergrond conform EN 1542
Monstermateriaal
Door ons zijn 12 monsters gemaakt op verschillende ondergronden. Deze zijn door B|A|S Research & Technology opgehaald bij Beton Aparte. Ten behoeve van de verschillende onderzoeken zijn er proefstukken uit de aangeleverde proeftegels gemaakt. Hieronder de verschillende onderzoeken die gedaan zijn.
Stroefheid conform EN 13036-4 d.m.v. de SKID-resistance tester
- Principe: Een slinger met een verend gemonteerd rubberen blokje wordt vanaf een vaste hoogte losgelaten.
- Meting: De slinger zwaait over het natte of droge oppervlak. Afhankelijk van de stroefheid remt het oppervlak de slinger af.
- Resultaat: De ‘stijghoogte’ na de zwaai wordt afgelezen op een schaalverdeling. Dit resulteert in de Pendulum Test Value (PTV) of SRT-waarde, die direct correleert met het slipgevaar.
- Normering: De test is wereldwijd gestandaardiseerd volgens normen zoals NEN-EN 13036-4
Het onderzoek is uitgevoerd op een droge en een natte ondergrond.
De uitkomst;
In droge omstandigheden voldoet de Beton floor Cire aan de gestelde stroefheidseis. Onder natte omstandigheden voldoet Beton Floor Cire niet aan de stroefheidseis.
Afslijting conform EN ISO 5470-1 middels TABER
Taber-slijtvastheid (Taber Abrasion) is een internationaal erkende methode om de slijtvastheid en duurzaamheid van materialen versneld te testen. Het apparaat roteert een testmateriaal onder twee schurende wielen om wrijving en slijtage na te bootsen.
Hoe de test werkt;
- Opstelling: Een horizontaal draaiplateau roteert met het testmateriaal.
- Schurende wielen: Twee specifieke schuurwielen (zoals de CS-10 of H-18) worden op het oppervlak neergelaten onder een vastgesteld gewicht.
- Slijtage: Tijdens het draaien wrijven de wielen over het oppervlak. Ze oefenen een specifieke combinatie van wrijving en afschuring uit.
Resultaten en de ‘Taber-index’
De slijtvastheid wordt doorgaans op twee manieren gemeten:
- Gewichtsverlies: Het monster wordt gewogen voor en na de test. Het resultaat wordt uitgedrukt in milligrammen gewichtsverlies.
- Taber Wear Index (TWI): Dit geeft de snelheid van slijtage aan. Het wordt berekend als het verlies in gewicht (in mg) per 1.000 rotaties.
- Visuele beoordeling: Bij textiel wordt vaak gekeken naar het aantal cycli dat nodig is tot de eerste draadbreuk of slijtageplek. Belangrijke regel: Hoe lager de Taber-index of het gewichtsverlies, hoe beter de slijtvastheid van het materiaal

Capillaire waterabsorbsie conform EN 1062-3
De capillaire waterabsorbsie is bepaald conform EN 1062-3. Deze proef omvat de vrijwillige wateropname van Beton Cire door deze 3 maal 24 uur in water onder te dompelen en daarna te drogen.
De Europese norm EN 1062-3 specificeert de laboratoriumtestmethode om de vloeibare waterdoorlatendheid (capillaire waterabsorptie) te bepalen van verf, vernis en verfsystemen voor buitenmuren en beton. De gemeten waarde, uitgedrukt als de \(W\)-waarde in \(kg/(m^2 \cdot h^{0,5})\), geeft aan hoeveel vloeibaar water er door de coating dringt.
Classificatie volgens EN 1062-1
De resultaten van de EN 1062-3 test worden gebruikt om coatings in te delen in drie klassen volgens de overkoepelende norm EN 1062-1:Klasse
- W1 (Hoog): \(W > 0,5\ kg/(m^2 \cdot h^{0,5})\) — Hoge wateropname, biedt minimale bescherming tegen slagregen.
- Klasse W2 (Medium): \(0,1 < W \le 0,5\ kg/(m^2 \cdot h^{0,5})\) — Gemiddelde wateropname.
- Klasse W3 (Laag): \(W \le 0,1\ kg/(m^2 \cdot h^{0,5})\) — Lage wateropname, zeer waterafstotend (ideaal voor gevelbescherming).
De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Vloeistofindringing conform EN 12390-8
EN 12390-8 (in Nederland ook van kracht als NEN-EN 12390-8) is de Europese norm voor het bepalen van de indringingsdiepte van water onder druk in verhard beton. De norm toetst of betonmengsels voldoende dicht en bestand zijn tegen het indringen van vloeistoffen.
De testprocedure en beoordelingscriteria zijn als volgt:
- De Testmethode: Een proefstuk (bijvoorbeeld een kubus of cilinder) wordt 72 uur blootgesteld aan water onder een constante druk van 500 kPa (ca. 5 bar). Vervolgens wordt het proefstuk gekloofd om de indringingsdiepte van het water visueel te meten.
- Beoordelingscriteria (Vloeistofdichtheid): In combinatie met nationale normen (zoals de BRL 1801 voor betonmortel) is een betonsoort vloeistofdicht als de maximale vloeistofindringing voldoet aan de volgende strenge eisen:
- Individuele waarnemingen: \(\le 50 \text{ mm}\)
- Gemiddelde waarde: \(\le 20 \text{ mm}\)
- Achtergrond: De richtlijnen zijn nauw verbonden met de Eurocode 2 (NEN-EN 1992-3) voor betonconstructies die dienen voor het keren en opslaan van vloeistoffen

Hechtsterkte op de ondergrond conform EN 1542
De EN 1542 (in Nederland ook wel NEN-EN 1542) is de Europese norm voor het bepalen van de hechtsterkte van mortels, harsen en coatings op een betonnen ondergrond. Dit gebeurt middels een zogeheten pull-off test (afbreekproef).
De belangrijkste details van deze norm op een rij:
Hoe werkt de proef?
- Cirkel boren: Er wordt met een diamantboor een cirkelvormige insnede in het aangebrachte materiaal (bijvoorbeeld een reparatiemortel of epoxyvloer) gemaakt, tot in de betonnen ondergrond.
- Stalen trekplaat: Hierop wordt een stalen trekdolly geplakt met speciale lijm.
- Treksterkte meten: Met een speciaal meetinstrument wordt de dolly loodrecht losgetrokken totdat het materiaal of de ondergrond breekt.
Minimale en Richtwaarden
De gemeten waarde wordt uitgedrukt in Newton per vierkante millimeter (N/mm²}.
- Beton ondergrond: De gemiddelde hechtsterkte van een goede betonnen ondergrond ligt minimaal rond ≥ 1,5 N/mm² (enkelvoudige meting minimaal ≥ 1,0 N/mm²).
- Reparatiemortels: Hoogwaardige mortels en epoxy’s moeten vaak waarden halen van ≥ 2,0 tot ≥ 4,0 N/mm², afhankelijk van de exacte productklasse en toepassing.
Beoordeling van de breuk (Breukpatroon)
Niet alleen de kracht is belangrijk, maar ook wáár de breuk plaatsvindt. De norm classificeert breukbeelden als volgt:
- Adhesiebreuk: Het materiaal laat los van de ondergrond (dit duidt meestal op een slechte hechting of voorbereiding).
- Cohesiebreuk: De breuk vindt plaats ín het aangebrachte product of ín de betonnen ondergrond zelf. Een cohesiebreuk in het beton is een positief resultaat: het betekent dat de hechting sterker is dan het beton zelf.




























































































